De Hoge Raad der Nederlanden heeft besloten dat online gokverliezen die zijn geleden vóór de sectorregulering van 2021 niet automatisch nietig zijn. De uitspraak sluit juridische procedures af die spelers hadden ingesteld tegen niet-geautoriseerde aanbieders met betrekking tot historische overeenkomsten.
De beslissing gaat over prejudiciële vragen van de Rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland betreffende twee specifieke geschillen. De ene speler eiste terugbetaling van $139.464,58 die hij tussen 2006 en 2021 had verloren bij PokerStars, geëxploiteerd door TSG Interactive Gaming Europe Ltd. Een tweede zaak ging over €135.137 die tussen augustus 2020 en juli 2021 was verloren bij PartyCasino, geëxploiteerd door ElectraWorks Europe Ltd.
Beide personen betoogden dat hun overeenkomsten ongeldig waren omdat de aanbieders in die periode geen Nederlandse vergunningen hadden.
Juridische basis en reactie van de sector
De Hoge Raad concludeerde dat de Nederlandse Wet op de kansspelen burgerrechtelijke overeenkomsten met niet-geautoriseerde entiteiten niet ongeldig verklaart. De rechters oordeelden dat het regelgevingskader van 2021 niet bedoeld was om terugwerkende kracht te hebben op overeenkomsten die vóór de invoering zijn gesloten.
Entain, de moederonderneming van Bwin, PartyCasino en PartyPoker, bevestigde dat de uitspraak hun standpunt ondersteunt. Een woordvoerder van het bedrijf verklaarde: "In het licht van de beslissing van de rechter is elke poging om dergelijke vorderingen, hetzij individueel, hetzij collectief, te verhalen, niet langer houdbaar."
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft onlangs soortgelijke geschillen beoordeeld die betrekking hadden op nationale rechtbanken in Duitsland en Oostenrijk. Europese rechters hebben de regionale rechtbanken geïnstrueerd om lokale vergunningsregels te handhaven zonder de nationale regelgeving te overschrijden.